Per 1 januari 2023 is de box 3-heffing gewijzigd. Met ingang van 1 januari 2024 gelden een aantal wijzigingen hierop, waarvan sommige met terugwerkende kracht.

Het box 3-stelsel in de jaren 2023 tot en met 2026 is vergelijkbaar met de wijze waarop rechtsherstel box 3 voor de jaren tot en met 2022 plaatsvond. Hierbij wordt grofweg het vermogen gesplitst in banktegoeden, overige bezittingen en schulden, waarna op elke categorie een ander forfaitair rendementspercentage wordt toegepast.
Op de banktegoeden wordt een laag percentage vergelijkbaar met de spaarrentes toegepast. Dit percentage was voor 2023 voorlopig ingeschat op 0,36%, maar is inmiddels definitief vastgesteld op 0,92%. Voor 2024 bedraagt het voorlopige percentage 1,03%. Op overige bezittingen wordt in 2022 een percentage van 5,53%, in 2023 een percentage van 6,17%, in 2024 een percentage van 6,04% en in 2025 een percentage van 5,88% toegepast. Schulden zijn niet aftrekbaar tegen de werkelijke rente maar tegen een forfait. Dit percentage was voor 2023 voorlopig ingeschat op 2,57%, maar is inmiddels definitief vastgesteld op 2,46%. Voor 2024 bedraagt het voorlopige percentage 2,47%. Het definitieve percentage voor banktegoeden en schulden voor 2024 wordt pas begin 2025 vastgesteld.
Door het verschil in percentages, is het verstandig de samenstelling van uw vermogen te beoordelen. Op die manier krijgt u inzicht in de gevolgen van de box 3-heffing voor uw situatie.
Schuiven met overige bezittingen en schulden om op die manier belasting te besparen wordt tegengegaan door een peildatumarbitrage bepaling. Niet elke verschuiving in de periode van 1 oktober tot 1 april wordt echter geraakt door deze bepaling. Bovendien is er een tegenbewijsregeling. U moet dan kunnen aantonen dat u zakelijke, niet-fiscale, motieven had.
Verhuurt u woningen? Dan krijgt u vanaf 2023 te maken met de aanpassing van de leegwaarderatiotabel. U verhuurde woningen worden vanaf 2023 voor een hogere waarde in aanmerking genomen. Verhuurt u aan gelieerde partijen of zijn de contracten kortlopend (2 jaar of korter voor een woning en 5 jaar of korter voor een kamer)? Dan kunt u vanaf 2023 de leegwaarderatiotabel niet meer toepassen.
Door aanname van het Belastingplan 2024 gelden de volgende aanpassingen:
- Het lidmaatschapsrecht in een vereniging van eigenaars (VvE) en het aandeel in geld op een derdengeldenrekening van een notaris of een gerechtsdeurwaarder is met terugwerkende kracht vanaf 1 januari 2023 ondergebracht in de categorie banktegoeden in plaats van de categorie overige bezittingen.
- Onderlinge vorderingen en schulden tussen fiscale partners en tussen ouders en minderjarige kinderen worden met terugwerkende kracht vanaf 1 januari 2023 niet meer in aanmerking genomen in box 3.
- Het tarief in box 3 is per 1 januari 2023 al gestegen naar 32%. Het tarief box 3 is met ingang van 1 januari 2024 verder verhoogd met naar 36%.
- Het heffingvrij vermogen is per 1 januari 2023 verhoogd naar € 57.000 (en voor fiscale partners gezamenlijk naar € 114.000). Per 1 januari 2024 zijn deze bedragen niet geïndexeerd en dus gelijk.
Het is de vraag of de box 3-heffing vanaf 2023 in de huidige vorm stand kan houden. Zowel AG Wattel als AG Pauwels concludeerden al dat de Wet Rechtsherstel box 3 nog steeds het discriminatieverbod en het eigendomsrecht schendt als het werkelijk behaald rendement lager is dan het rendement berekend conform de wet.
Het wachten is nu op het oordeel van de Hoge Raad, dat inzake de conclusie van AG Wattel verwacht wordt in maart 2024. Inzake de conclusie van AG Pauwels is nog niet bekend wanneer de Hoge Raad uitspraak doet. Hoewel deze uitspraak gaat over de Wet Rechtsherstel box 3 zal het oordeel van de Hoge Raad ook van toepassing zijn op de Overbruggingswet box 3, nu deze wet dezelfde uitgangspunten en principes kent.


