Houd rekening met de wijzigingen in de box 3 heffing vanaf 2023

Per 1 januari 2023 is de box 3 heffing gewijzigd. Met ingang van 1 januari 2024 gelden een aantal wijzigingen hierop, waarvan sommige met terugwerkende kracht. Daarnaast oordeelde de Hoge Raad op 6 juni 2024 dat de box 3 heffing vanaf 2023 in strijd is met Europees recht als het werkelijke rendement lager is dan het forfaitaire rendement.
Het box 3-stelsel in de jaren 2023 tot en met 2026 is vergelijkbaar met de wijze waarop rechtsherstel box 3 voor de jaren tot en met 2022 plaatsvond. Hierbij wordt grofweg het vermogen gesplitst in banktegoeden, overige bezittingen en schulden, waarna op elke categorie een ander forfaitair rendementspercentage wordt toegepast.
Op de banktegoeden wordt een laag percentage vergelijkbaar met de spaarrentes toegepast. Dit percentage was voor 2023 voorlopig ingeschat op 0,36%, maar is inmiddels definitief vastgesteld op 0,92%. Voor 2024 bedraagt het voorlopige percentage 1,03%. Op overige bezittingen wordt in 2022 een percentage van 5,53%, in 2023 een percentage van 6,17%, in 2024 een percentage van 6,04% en in 2025 een percentage van 5,88% toegepast. Schulden zijn niet aftrekbaar tegen de werkelijke rente maar tegen een forfait. Dit percentage was voor 2023 voorlopig ingeschat op 2,57%, maar is inmiddels definitief vastgesteld op 2,46%. Voor 2024 bedraagt het voorlopige percentage 2,47%. Het definitieve percentage voor banktegoeden en schulden voor 2024 wordt pas begin 2025 vastgesteld.
Door het verschil in percentages, is het verstandig de samenstelling van uw vermogen te beoordelen. Op die manier krijgt u inzicht in de gevolgen van de box 3 heffing voor uw situatie.
Schuiven met overige bezittingen en schulden om op die manier belasting te besparen wordt tegengegaan door een peildatumarbitrage bepaling. Niet elke verschuiving in de periode van 1 oktober tot 1 april wordt echter geraakt door deze bepaling. Bovendien is er een tegenbewijsregeling. U moet dan kunnen aantonen dat u zakelijke, niet-fiscale, motieven had.
Verhuurt u woningen? Dan krijgt u vanaf 2023 te maken met de aanpassing van de leegwaarderatiotabel. U verhuurde woningen worden vanaf 2023 voor een hogere waarde in aanmerking genomen. Verhuurt u aan gelieerde partijen of zijn de contracten kortlopend (2 jaar of korter voor een woning en 5 jaar of korter voor een kamer)? Dan kunt u vanaf 2023 de leegwaarderatiotabel niet meer toepassen.
Door aanname van het Belastingplan 2024 gelden de volgende aanpassingen:
- Het lidmaatschapsrecht in een vereniging van eigenaars (VvE) en het aandeel in geld op een derdengeldenrekening van een notaris of een gerechtsdeurwaarder is met terugwerkende kracht vanaf 1 januari 2023 ondergebracht in de categorie banktegoeden in plaats van de categorie overige bezittingen.
- Onderlinge vorderingen en schulden tussen fiscale partners en tussen ouders en minderjarige kinderen worden met terugwerkende kracht vanaf 1 januari 2023 niet meer in aanmerking genomen in box 3.
- Het tarief in box 3 is per 1 januari 2023 al gestegen naar 32%. Het tarief box 3 is met ingang van 1 januari 2024 verder verhoogd met naar 36%.
- Het heffingvrij vermogen is per 1 januari 2023 verhoogd naar € 57.000 (en voor fiscale partners gezamenlijk naar € 114.000). Per 1 januari 2024 zijn deze bedragen niet geïndexeerd en dus gelijk.
De Hoge Raad heeft op 6 juni 2024 geoordeeld dat de box 3 heffing vanaf 2023 het verdragsrechtelijke discriminatieverbod en het eigendomsrecht schendt als het forfaitaire rendement hoger is dan het werkelijke rendement. De Hoge Raad bepaalt dat rechtsherstel moet worden geboden door de belastingaanslag zo ver te verminderen dat in box 3 alleen nog belasting wordt geheven over het werkelijke rendement.
Deze uitspraak betekent dat als uw werkelijke rendement lager is dan het forfaitaire rendement van de Wet rechtsherstel box 3, uw box 3 heffing berekend kan worden over dit werkelijke rendement. De Hoge Raad heeft ook aanwijzingen gegeven over de wijze waarop u dit werkelijke rendement moet berekenen.
Zo moet u rekening houden met uw gehele vermogen in box 3, maar mag u daarop niet het heffingvrije vermogen in mindering brengen. Verder het gaat het om het nominale rendement, zonder rekening te houden met inflatie. Het rendement bevat niet alleen het directe rendement zoals rente, dividend en huur, maar ook de waardeveranderingen van uw vermogen. Zowel gerealiseerde als de ongerealiseerde en zowel positief als negatieve waardeveranderingen tellen mee. Het gaat daarbij niet alleen om uw vermogen op 1 januari maar het rendement op al uw vermogen door het jaar heen. Om tot uw werkelijk rendement te komen mag u geen kosten in aftrek brengen, behalve de rente op schulden die tot uw vermogen in box 3 horen. Negatieve en positieve rendementen kunnen niet over de jaargrens heen met elkaar verrekend worden.
Houd er rekening mee dat u degene bent die met bewijsstukken moet laten zien dat het werkelijke rendement lager is dan het forfaitaire rendement als u wilt dat de box 3-heffing gebaseerd wordt op het werkelijke rendement.
In een reactie op het oordeel van de Hoge Raad van 6 juni 2024 laat de staatssecretaris van Rij weten dat hij de arresten en de gevolgen hiervan gaat bestuderen en in kaart brengen. Hij verwacht dat daarvoor acht weken nodig is. De verdere politieke besluitvorming hierover is aan het volgende kabinet. Hij geeft verder aan dat belastingplichtigen nog niets hoeven te doen en dat zij worden geïnformeerd zodra meer duidelijk is. In afwachting van deze informatie worden definitieve aanslagen met box 3-inkomen voor het jaar 2023, net als voor 2022 en 2021, aangehouden. Dit geldt niet als het box 3-inkomen alleen bestaat uit bank- en spaartegoeden.
Ontving u vóór 8 maart 2024 een voorlopige aanslag IB 2023 en werd de aangifte IB 2023 niet vóór 1 mei 2024 ingediend? Dan is waarschijnlijk het verstandig om de voorlopige aanslag te wijzigen. Dit heeft te maken met het verschil tussen de voorlopige en de definitieve forfaitaire rendementspercentages voor bank- en spaartegoeden en schulden. Als u de voorlopige aanslag niet wijzigt, bestaat de kans dat u straks belastingrente (7,5% op jaarbasis) betaalt over dit verschil. Neem voor meer informatie hierover contact met ons op.


